Pigbusiness.nl logo

  • Menu
  • Nieuws
    • Home
    • Markt

      Subcategorieën

      • Varkensprijzen
      • Voerprijzen
      • Mestprijzen
    • Diergezondheid

      Subcategorieën

      • Aandoeningen
      • Medicijnen
      • Hygiëne
      • Dierenwelzijn
    • Voeding

      Subcategorieën

      • Droogvoer
      • Brijvoer
      • Water
    • Ondernemen

      Subcategorieën

      • Belangenbehartiging
      • Buitenland
      • Politiek en beleid
      • Maatschappij
      • Financiën
      • Personeel
    • Fokkerij

      Subcategorieën

      • Genetica
      • Productie
    • Huisvesting

      Subcategorieën

      • Stalinrichting
      • Klimaat
      • Energie
      • Luchtwasser
    • Mest

      Subcategorieën

      • Mestverwerking
      • Mestafzet
    • Vlees

      Subcategorieën

      • Voedselveiligheid
      • Slachterij en verwerking
      • Retail en consument
    • Sterke Erven
  • Marktcijfers
  • Video & foto
  • Dossiers
  • Kennispartners
  • Vakblad
    • Vakblad
    • Jaargangen
    • Verschijningsdata
    • Abonneren
    • Sterke Erven
  • Top
  • Evenementen
  • Het LeerErf
  • Sterke Erven
  • Sterke Erven
NieuwsOndernemen'Mijn ambitie is altijd welzijn van boer en varken verbeteren'

Anita Hoofs, eerste vrouwelijke onderzoekers op Sterksel:

'Mijn ambitie is altijd welzijn van boer en varken verbeteren'

Anita Hoofs. Welke varkenshouder kent haar niet van de vele lezingen waarin ze met een aanstekelijke passie vertelt. Al veertig jaar verricht ze praktijkonderzoek naar varkens en ze is de eerste vrouwelijke onderzoeker op praktijkcentrum Sterksel. Maar wie is Anita Hoofs? Wat heeft ze met varkens en welke drijfveren geven haar die onverbiddelijke hartstocht en oprechte empathie voor boer en varken?

„Mijn fascinatie voor varkens en het diep respect voor varkenshouders is niet iets dat ik van huis uit meekreeg. Ik ben een stads meisje, geboren in Kerkrade en in dat Limburgse mijnstadje groeide ik op en had geen enkele connectie met de agrarische sector. Geen familieleden die boer waren of vriendinnetjes van de boerderij. Wel blijk ik als jong meisje al gedreven en gepassioneerd te zijn. Op mijn dertiende ga ik aardbeien plukken bij de boer. Dat is een gemengd bedrijf met varkens. De boer mag mij blijkbaar graag. Waarom? Ik ben de snelste aardbeienplukker; sneller dan zijn zoon. Dat maakt indruk. In de ochtend, terwijl de andere plukkers nog kletsen, zoek ik alvast de rij met de meest aardbeien uit en die het snelst geld in het laadje brengt. Na een tijdje nodigt de boer mij zelfs binnen uit voor het koffiedrinken met een chocoladekoekje in plaats van een droog koekje op het aardbeienveld. De boer vraagt of ik het niet leuk vind om een rondleiding op zijn hele bedrijf te krijgen. We komen vervolgens in een schuurtje met een stuk of acht varkens in het stro. Ik heb nog nooit een varken in mijn leven gezien. Een glimlach komt tevoorschijn en ik glunder ineens. Wat een fascinerende dieren, denk ik. Het klinkt erg ongelooflijk, maar ik kijk ze in de ogen en ik ben verkocht. Dit wil ik gaan doen. Ik wil in de varkenssector gaan werken. Liefde op het eerste gezicht. Zo kan ik mijn ontmoeting met varkens wel omschrijven. Die ogen. De blijheid, maar ook de alertheid en nieuwsgierigheid lijken mij te betoveren. Ze komen naar mij toe om geaaid te worden. De boer zelf is ook enthousiast over de varkens en vertelt over de dieren. Dit is ook de eerste keer dat ik een echte interactie tussen mij en een varken voel. In de varkensstal weet ik: ik ga naar de HAS. Dat is toch mooi wanneer je als dertienjarige al weet wat je gaat doen. Mijn ouders hebben me in deze doelstelling 100 procent gesteund.”

Meisjes zijn taboe

„Ik zit op het atheneum, maar dat gaat slecht. Door de ontdekking van ‘jongens’ vergeet ik te studeren en blijf zitten. De school dwingt mij: of je laat scheikunde vallen of je gaat naar de havo. Zonder scheikunde kan ik niet naar de HAS dus kies ik voor de havo. Dat is slikken voor mijn ouders. De volgende twee jaar doorloop ik op m’n boerenfluitjes de havo; op weg naar de HAS in Den Bosch. Dit is een totaal andere wereld. Ik ben een meisje zonder ervaring in de varkens. De mensen op de HAS zeggen: ‘We nemen alleen boerenjongens aan, je komt op de wachtlijst.’ Het zijn de jaren tachtig en meisjes op de landbouwschool is dan nog een taboe. Wachtlijst of niet, ik moet en zal tussen de varkens zitten dat jaar. Linksom of rechtsom. Mijn doel is helder. Ik besluit daarom naar de MAS in Horst te gaan om vervolgens de stap naar de HAS te maken. Ik word aangenomen mits ik in de zomer op de praktijkschool zes weken stage ga lopen. Slim, want dan hebben ze in die periode goedkope arbeidskrachten. Voor mij is deze stage heel erg goed om ervaring op te doen. Iemand vraagt mij: ‘Wil jij de beertjes in de kraamstal apart zetten.’ Ik denk: beren? Hier zijn toch helemaal geen beren? Als ik ga vragen wat hij bedoelt, kom dat wel heel dom over. Er loopt een jochie op het erf en ik vraag hem wat beertjes zijn. ’Oh, dat zijn de mannenbiggetjes, die hebben balletje achter.’ Het blijkt dus dat ik nog heel veel moet leren.”

‘Koffiejuffrouw, mogen wij een kopje?’ ‘Helaas, ik ga jullie begeleiden’

Rechtstreeks naar de HAS

„De stage is voorbij en dan belt de HAS op. Ik mag toch komen. Uiteindelijk ga ik dus rechtstreeks naar de hogeschool. Naast mij is er nog één ander meisje aangenomen. Mijn studiegenoten worden echter boerenjongens en zijn onder meer Paul Bens, Pierre Berntsen, Jan van Ballekom, Vincent Cornelissen. Ze nemen mij zoals ik ben en ik word als meisje niet gediscrimineerd maar ook niet beschermd. Dat heb ik altijd gewaardeerd. We zijn nog steeds vrienden. We zijn de ‘Harten Tien’ en komen nog regelmatig bij elkaar. Wanneer we weer bij elkaar komen zijn binnen 10 minuten weer de studenten van vroeger. Het is hechte groep. Op de HAS steunen we elkaar, lachen en huilen samen. Ik weet zeker als ik Pierre of Paul bel of wie dan ook van die vriendengroep dat ik hulp nodig heb, ze direct in hun auto stappen en me helpen. Het eerste jaar op de HAS doubleer ik. Den Bosch blijkt te leuk te zijn en ik houd te veel van een feestje. Ik volg uiteraard de richting varkenshouderij. De lessen over mest- en kunststoffen of graszaaien vergeet ik razendsnel. Maar van de docenten varkenshouderij, Ties Pijnenburg en Piet Verhoeven, onthoud ik de lessen over voeding en fokkerij wel. Ik heb het niet gemakkelijk op de HAS omdat ik een kennisachterstand heb, maar deze twee docenten gaven mij heel veel vakinhoudelijk kennis over varkens. Voor mijn schriftelijke examens scoorde ik minder dan voor de mondelinge toetsen; tot op de dag van vandaag vind ik het lastiger om iets op papier te zetten dan erover te vertellen.”
„Tijdens die eerste stappen in de varkenshouderij komt bij mij het bewustzijn dat ik in de toekomst en in mijn carrière iets wil betekenen voor het varken. Dat het welzijn en de diergezondheid beter worden, maar waar tegelijkertijd de varkenshouder ook iets aan heeft, zoals een hogere groei, meer gespeende biggen of arbeidsplezier. Welzijn van de varkenshouder en het varken zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat is sindsdien altijd mijn drijfveer geweest, maar wel stapje voor stapje.”

‘Ze is een vrouw’

„In het laatste jaar van de HAS kan ik gaan solliciteren. Op school word ik als meisje geaccepteerd, maar de sector lijkt nog niet klaar te zijn voor vrouwelijke collega’s. Ik kan zo beginnen in schapen of als melkverkoopster, maar een vrouw in de varkenshouderij is niet normaal. Toch besluit ik te solliciteren bij het praktijkbedrijf VIC Sterksel ofwel het Varkens Innovatie Centrum. Er zijn vijf jongens uit mijn jaargang die ook solliciteren. De vijf worden uitgenodigd. Ik niet. Ties Pijnenburg hoort dit en belt Koos Broekman op, de bedrijfsleider van Sterksel en zegt: ‘Koos, je het toch een sollicitatie gehad van Anita Hoofs? Ze is echter niet uitgenodigd voor een gesprek en de anderen wel.’ ‘Ja, dat klopt’, is het antwoord van Koos Broekman. ‘Ze is een vrouw.’ Ties Pijnenburg stelt voor om mij toch uit te nodigen: ‘Laat ze gewoon komen Koos.’ Ik mag om zeven uur ’s avonds als allerlaatste komen. Ik kom binnen en er zitten van het bestuur een paar mensen. Het eerste wat ze vragen: ‘Vind jij het niet oneerlijk dat al die anderen in dienst moeten en jij niet?’ Vreemde vraag. De toon is gezet. Gelukkig heb ik mij goed voorbereid en veel verslagen van Sterksel doorgelezen. Dan ga ik naar de tweede groep en hier zit Koos Broekman in. Hij vraagt: ‘Ben je niet bang als je een hok met varkens instapt?’ Ik reageer: ’Nee hoor, ik heb op verschillende varkensbedrijven gewerkt.’ ‘En als het zeugen zijn, ben je dan niet bang?’, is zijn volgende vraag. Hij blijft hier maar op doorhameren en op een gegeven moment zeg ik enigszins boos: ‘Nu is het goed geweest. Als ik bang was voor varkens was ik hier echt niet komen solliciteren.’ Deze felle reactie maakt indruk op de hoge varkensheren, hoor ik achteraf. Ik laat mij inderdaad niet de kaas van het brood vreten. Niet als klein meisje, niet als jonge vrouw en ook tegenwoordig niet. Daarna verloopt het sollicitatiegesprek anders. Een paar dagen later word ik gebeld. Ik ben aangenomen. Ties Pijnenburg valt bijna letterlijk van zijn stoel af als hij het hoort: ‘Dat meen je niet’, zegt hij met een grijns. Maar dan komt het volgende. Ik kan beginnen, maar het is op Sterksel een mannenwereld. De echtgenoten van het personeel hebben er problemen mee dat er een jonge vrouw tussen al die mannen werkt. Dit zorgt in het begin toch wel voor wat spanning. We schrijven 1985! Het is een andere tijd. Echter, de echtgenoten leren mij tijdens personeelsfeestjes kennen en de spanning verdwijnt.”

Stomverbaasde varkenshouders

„Ik word de eerste vrouwelijke onderzoeker op VIC Sterksel. Wanneer varkenshouders het praktijkbedrijf bezoeken, roepen ze: ‘Koffiejuffrouw, mogen wij een kopje?’ ‘Helaas, ik ga jullie begeleiden’, is het antwoord. Ze kijken ineens met ogen vol ongeloof en zwijgen. Het spreekt voor zich dat ik mijzelf, zeker in de beginjaren, moet bewijzen. Maar mijn motivatie is groot om te laten zien dat een vrouw net zo goed varkensonderzoek kan doen als mannen. Ik moet ook workshops en lezingen geven aan voorlichters. Dan betekent altijd een goede voorbereiding en bedenken welke vragen men kan stellen. Ik moet er staan en zorgen dat ze mij niets wijs kunnen maken. Het feit dat ik mijzelf staande moet houden in deze mannenwereld, heeft bijgedragen aan hoe ik tegenwoordig werk en mijzelf profileer. Ik heb altijd een soort prestatiedrang gehad. Feminisme is echter niet mijn ding. Ik heb die vrouwenstrijd nooit gevoeld; ik strijd voor mijzelf. Wel wil ik laten zien dat een vrouw net zo goed in de varkenshouderij kan werken als een man. Wat ik wel weet en ook tegen anderen in die beginperiode verkondig, is dat vrouwen over tien jaar op Sterksel in de meerderheid zullen zijn. Er komen inderdaad steeds meer vrouwen en dat doet me natuurlijk goed. Het besef is er, dat als ik het niet goed doe, er niet meer vrouwelijke onderzoekers komen. Een rolmodel ben ik niet; wel een inspiratiebron voor jonge vrouwen in de landbouw. Er studeren in de jaren negentig steeds meer vrouwen op de HAS en op Sterksel begeleid ik vrouwelijke stagiaires. Als ik hen vraag wat ze in de toekomst willen doen, is het antwoord: ‘Zoiets wat jij doet.’”

De interactie tussen de varkenshouders ervaar ik als zeer inspirerend

Negen biggen per worp

„In de beginjaren op Sterksel krijg ik heel veel steun en begeleiding van Koos Broekman. We hebben een klik. Hij geeft mij alle kansen om me te ontplooien van onderzoeksassistente die de waarnemingen in de stal doet naar projecten zelfstandig uitvoeren met steeds presentaties. Tijdens een van mijn eerste excursies op het proefbedrijf vertel ik de varkenshouders dat we onderzoek doen naar kunststof roosters om te kijken of de uitval vermindert en er minder verwondingen en beschadigingen van het beenwerk zijn. Ze beginnen me ongegeneerd uit te lachen: ‘Kunststof? Dat is binnen een jaar weggevreten.’ Dat moment blijft me bij om vervolgens vijf tot tien jaar later te zien dat deze roosters gangbaar zijn. Toedeloe, wie heeft gelijk gehad? Kansen voor mij komen er ook wanneer Koos Broekman met pensioen gaat en Mart Smolders de functie overneemt. We hebben een sterk team van onderzoekers die elkaar inspireren. In de eerste jaren op het proefbedrijf houd ik me vooral bezig met onderzoek om de productie te verbeteren. De productie in groei en aantal biggen heeft in de jaren tachtig en negentig nog veel potentie. Zo lees ik in een handboekje uit eind jaren zeventig: aantal geboren biggen negen per worp. Niet vreemd dat ik vooral bezig ben met onderzoek naar meer biggen, hogere groei, betere voederconversie, minder arbeid door automatisering. In de loop der jaren veranderen de onderzoeksthema’s, zoals emissiearme technieken. We ontwerpen in totaal 26 nieuwe emissietechnieken. Ook worden dierenwelzijn en diergezondheid steeds belangrijker. Voor mij wordt het onderzoek met deze laatste twee thema’s steeds interessanter.”

In de blauwe bessen

„Op mijn veertigste stel ik mijzelf de vraag of ik mijn hele leven onderzoeker op Sterksel wil blijven. Ik krijg de kans om ergens anders te werken en onderzoek te doen voor een Limburgs bureau in de voedselsector. Dat aanbod neem ik dankbaar aan en ik word een jaar detacheert. Maar de realisatie dat dit niet mijn pad is, komt snel. Bij een van mijn bezoeken aan een tuinbouwbedrijf sta ik samen met de tuinder naar een veld blauwe bessen te kijken. De tuinder zegt tegen mij: ‘Hier krijg je toch een kick van? Al die mooie blauwe bessen.’ Ik werp een onverschillige blik op de bessen en denk onbehouwen: ‘Geef mij maar een varkensstal.’ Door de blauwe bessen gaat bij mij de knop om en ik weet, ik wil terug naar de varkens. Tegelijkertijd vraagt Sterksel of ik toch niet terug wil komen. Ik onderhandel succesvol voor een loonsverhoging en stel ook dat ik niet door Sterksel wil worden aangenomen maar door de WUR op de afdeling dierenwelzijn om op het praktijkbedrijf onderzoek naar dierenwelzijn bij varkens te doen.”
„Na mijn terugkeer in de varkenshouderij doe ik onderzoek naar voerbakken en ventilatiesystemen. Of waterbesparing voor de mestkosten, koppelgrootte per hok met bijvoorbeeld 12 of 24 dieren. In die periode mag ik ook de Bouwersdagen leiden. Geweldige ervaring is dit. De dagen zijn bedoeld voor varkenshouders met verbouw- of bouwplannen. Ze komen in de ochtend om half negen en gaan ’s avonds om half zes naar huis. Ik licht facetten toe over de nieuwste ontwikkelingen en ga met de boeren in gesprek. De interactie tussen de varkenshouders ervaar ik als zeer inspirerend. De varkenshouders komen ook met hun voorlichters. De Bouwersdagen krijgen de reputatie dat als je als boer wil verbouwen je naar de Bouwersdagen op Sterksel moet. Voor mij zijn de dagen echt vermoeiend, maar zo leuk om te doen. Echt een hoogtepunt in mijn carrière.”

Hoofs: „Tijdens die eerste stappen in de varkenshouderij weet ik dat ik iets wil betekenen voor het varken.”
Hoofs: „Tijdens die eerste stappen in de varkenshouderij weet ik dat ik iets wil betekenen voor het varken.”
Hoofs vindt  het heerlijk om op een zondagmiddag met haar kleine kinderen naar Sterksel te gaan en varkens te knuffelen.
Hoofs vindt het heerlijk om op een zondagmiddag met haar kleine kinderen naar Sterksel te gaan en varkens te knuffelen.
Hoofs: „Over vier jaar ga ik met pensioen, maar ik werk nog met ontiegelijk veel plezier.”
Hoofs: „Over vier jaar ga ik met pensioen, maar ik werk nog met ontiegelijk veel plezier.”

Sluiting Sterksel

„Ik heb de periode op Sterksel uitgediend totdat de deuren definitief sloten. Dit is voor mij, samen met de varkenspest in 1997, een van de meer dramatische gebeurtenissen in mijn werkzame leven waar ik veel huil. Tijdens de varkenspestcrisis staat er bij het praktijkcentrum ook een blauw bord met een besmettingswaarschuwing. Wat dat doet me je, zo’n bord. Heel indringend en emotioneel. Het doodspuiten van de biggen van een paar dagen oud; ook zeugen worden geruimd. Gruwelijk. Dat snijdt dwars door mijn ziel heen. Slapeloze nachten. Niet alleen voor Sterksel, maar vanwege alle varkenshouders. Dit is een zwarte periode die ik nooit weer hoop mee te maken. De tweede donkere periode voor mij is het sluiten van Sterksel. Natuurlijk, het is maar steen. Maar het voelt alsof dit mijn bedrijf, mijn zeugen en biggen zijn. Als de eerste zeugengroep wordt afgevoerd, sta ik buiten te janken als een klein kind. Bij de allerlaatste biggen die weggaan en richting Spanje worden vervoerd, pak ik alle speeltjes uit alle biggenhokken en leg deze in het hok van de allerlaatste biggen met de gedachte: ‘Zo, jullie zijn moe als jullie morgen op transport naar Spanje moeten.’ Samen met een collega sluit ik het gas en de elektriciteit af en de deuren gaan op slot. Daar heb ik geen moeite mee, maar het moment dat de dieren weggaan, is zeer emotioneel.”
„Sterksel draag ik een warm hart toe. Het heeft altijd gevoeld alsof de zeugen mijn dieren zijn. Ik vind het als jonge moeder ook heerlijk om op een zondagmiddag met mijn kleine kinderen naar VIC Sterksel toe te gaan en varkens te knuffelen. Mijn dochter twijfelt heel lang of ze de varkens ingaat, maar kiest uiteindelijk toch voor de humane gezondheidszorg. Ze hielp wel altijd met open dagen en avondbijeenkomsten. Ze heeft zelfs haar man leren kennen op Sterksel. Ze krijgen samen een jongentje en ik vraag aan haar: ‘Hoe heet hij?’ ‘Een hele bijzondere naam’, antwoordt mijn dochter. ‘Wij vinden het een mooie naam, maar jij vindt het ook een mooie naam. We noemen hem Vic.’ Zo is de cirkel toch rond en dat is geweldig.”

Pensioen en toekomst

„Over vier jaar ga ik met pensioen, maar ik werk nog met ontiegelijk veel plezier. Tegenwoordig doseer ik mijn energie wel. Wanneer ik een avond in Friesland een studieclubverhaal heb gehouden en ik lig om drie uur in mijn bed, dan sta ik niet meer om zeven uur op. Waarschijnlijk start dit jaar het CoViVa-project 2.0 en dit gaat onder andere over de inrichting van functiegebieden en vrijloopkraamhokken. Dat is wel iets waar ik mezelf nog in wil vastbijten. Daar wil ik mijn bijdrage aan gaan leveren. Maar, ik heb nu ook kleinkinderen en tijdens een oppasavond geef ik aan mijn kleinzoon van twee jaar iets te drinken in bed. Het is weer goed en hij gaat liggen. Ik wil weglopen maar hij kruipt uit zijn bed en geeft mij een knuffel. Dan denk ik: dit is toch ook geweldig. Daar moet je ook tijd voor nemen. De interesse voor varkens en onderzoek zal er blijven, maar ik zal niet vragen om nog een jaar of langer door te werken. Wel ga ik natuurlijk helpen als er vragen zijn. Projecten zal ik niet meer aannemen. We hebben nu de derde cursus Welzijnsspecialisten. Daar krijg ik echt een kick van. Het doet mij zo goed om die olievlekwerking van kennisverspreiding te zien. De specialisten hebben een een-op-eencontact met de varkenshouders. Terugkijkend denk ik dat ik mijn steentje heb bijgedragen aan de Nederlandse varkenshouderij; zeker ook op het gebied van communicatie in de vertaling van onze resultaten naar de sector en praktijk. Ik heb het altijd geweldig gevonden om naar studieclubs te gaan, in een open sfeer met varkenshouders te praten en hun over de laatste onderzoeken en ontwikkelingen te vertellen. Die wisselwerking heb ik altijd fijn en tegelijkertijd belangrijk gevonden. Wat betreft de toekomst voor de varkenshouderij in Nederland? Ja, ik geloof absoluut dat deze er is. Ik zie heel inspirerende mensen in de sector. En op de jongerendag van POV en NAJK heb ik veel energie en vertrouwen gekregen, juist door de jonge generatie die met veel kennis en passie in de varkenshouderij wil werken.”

Tekst: Reinout Burgers
Beeld: Reinout Burgers, WUR, Anita Hoofs

Foto van Reinout Burgers
Tekst: Reinout Burgers

Al bijna 25 jaar volg en schrijf ik als journalist onder meer over de varkenshouderij en pluimveehouderij. Twee uiterst boeiende en dynamische sectoren met veel gepassioneerde ondernemers.

Beeld: Reinout Burgers

Deel dit artikel
Twitter
Facebook
LinkedIn
WhatsApp
E-mail
Praat mee
Pig Business is ook actief op verschillende social media. Volg ons, blijf altijd op de hoogte van het laatste nieuws en praat mee.
Facebook Twitter LinkedIn
Nieuwsbrief
Ontvang drie keer per week gratis het belangrijkste varkenshouderijnieuws in jouw mailbox. Meld je aan voor de nieuwsbrief van Pigbusiness.nl en bevestig je aanmelding via de toegestuurde mail.
Wij wijzen je op het privacy statement van Agrio Uitgeverij B.V.

Markt
  • Varkensprijzen
  • Voerprijzen
  • Mestprijzen
Diergezondheid
  • Aandoeningen
  • Medicijnen
  • Hygiëne
  • Dierenwelzijn
Voeding
  • Droogvoer
  • Brijvoer
  • Water
Ondernemen
  • Belangenbehartiging
  • Buitenland
  • Politiek en beleid
  • Maatschappij
  • Financiën
  • Personeel
Fokkerij
  • Genetica
  • Productie
Huisvesting
  • Stalinrichting
  • Klimaat
  • Energie
  • Luchtwasser
Mest
  • Mestverwerking
  • Mestafzet
Vlees
  • Voedselveiligheid
  • Slachterij en verwerking
  • Retail en consument
Pigbusiness.nl © 2026 - Uitgave van Agrio Uitgeverij B.V. - RSS | Privacyverklaring | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Adverteren | Abonneren | Contact redactie | Klantenservice | Cookie instellingen
  • Nieuws
    • Home
    • Markt
      • Varkensprijzen
      • Voerprijzen
      • Mestprijzen
    • Diergezondheid
      • Aandoeningen
      • Medicijnen
      • Hygiëne
      • Dierenwelzijn
    • Voeding
      • Droogvoer
      • Brijvoer
      • Water
    • Ondernemen
      • Belangenbehartiging
      • Buitenland
      • Politiek en beleid
      • Maatschappij
      • Financiën
      • Personeel
    • Fokkerij
      • Genetica
      • Productie
    • Huisvesting
      • Stalinrichting
      • Klimaat
      • Energie
      • Luchtwasser
    • Mest
      • Mestverwerking
      • Mestafzet
    • Vlees
      • Voedselveiligheid
      • Slachterij en verwerking
      • Retail en consument
  • Marktcijfers
  • Video & foto
  • Dossiers
  • Kennispartners
  • Vakblad
    • Jaargangen
    • Verschijningsdata
    • Abonneren
  • Top
  • Evenementen
  • Het LeerErf
Top