Deense sector halveert antibioticagebruik

Strikte regulering verandert de rol van varkenshouder en dierenarts
De Nederlandse varkenshouderij gebruikt drie keer zoveel antibiotica als de Deense. Het antibioticagebruik in Denemarken is in de afgelopen 18 jaar gehalveerd mede als gevolg van een pakket aan maatregelen. De Deense varkenshouderij verschilt teveel van die in Nederland voor een evenredige vergelijking.
 

Reageer op dit artikel

Reactie(s) bekijken »
*
*
Uw e-mailadres wordt niet op de website afgebeeld.
*
    * Verplicht invullen
   
    Wilt u een reactie plaatsen op deze website? Lees dan eerst de regels door.
Tekst: Ruben van Boekel • Beeld: Ingrid Zieverink

Dossier antibioticagebruik

Hoeveel antibiotica gebruikt de Nederlandse varkenshouderij in vergelijking met andere Europese landen? Welke maatregelen hebben geleidt tot halvering in het Deense antibioticagebruik? Wat is de trend in gebruik van antibiotica in de Nederlandse veehouderij? Hieronder staan de antwoorden in het omvangrijke dossier antibioticagebruik.


 
 
Download Adobe® Reader® Gratis
Om PDF documenten te kunnen bekijken heeft u Adobe® Reader® nodig. U kunt hier gratis de meest recente versie downloaden.

Denemarken beleefde zijn piek in antibioticagebruik in 1992. Dit blijkt uit cijfers van het Deense ministerie van Voeding, landbouw en visserij. Destijds bedroeg het totale antibioticagebruik in de varkenshouderij 0,1 gram per kg varkensvlees. Het gevolg was een pakket aan maatregelen om het antibioticagebruik terug te dringen. Waar het gebruik in 1999 tot een recordlaagte zakte met 0,03 gram, is het inmiddels opgelopen tot 0,05 gram antibiotica per kg vlees. Volgens Deense cijfers was het Nederlandse antibioticagebruik in de varkenshouderij in 2005 0,15 gram per kg vlees.

Vaccinaties onmisbaar

Denemarken heeft twaalf jaar geleden het antibioticagebruik streng gereguleerd. Wetgeving verplicht de dierenarts om alle voorgeschreven recepten via de centrale databank Vetstat te registreren. De overheid houdt zo het voorgeschreven medicijngebruik per varkenshouder nauwlettend in de gaten. Verder heeft de wet geleid tot een loskoppeling van dierenarts en apotheker. De varkenshouder haalt zijn voorgeschreven diergeneesmiddelen bij de veterinaire of humane apotheek.
Christian Havn van dierenartsenpraktijk Haderslev zegt dat de wet voor veel commotie heeft gezorgd. „De sector en dierenartsen waren in het begin heel sceptisch over de aangescherpte regels. Nu is de conclusie dat het wel degelijk werkt.” Volgens Havn heeft het voor een veranderderde rol van de varkenshouder en dierenarts gezorgd. „Als dierenarts leggen we ons meer toe op specifiek gezondheidsadvies. Denk aan voer en klimaat. We zijn gemiddeld meer uren bij de varkenshouder en het uurtarief is verhoogd. Voor de varkenshouder zijn vaccinaties een onmisbare tool om de ziektedruk beheersbaar te houden. Zeker bij grote bedrijven.” De Deense varkenshouder Christian Hvelplund onderstreept zijn verhaal. „Mijn dierenartsenkosten bestaan hoofdzakelijk uit vaccinaties en uurtarief. Gemiddeld bezoekt de dierenarts mijn bedrijf vijf uur maand. De kosten per uur zijn ongeveer 100 euro. Het entschema bestaat uit vier vaste entingen bij de zeugen en één bij de gespeende biggen.” Hvelplund heeft een gesloten bedrijf met 500 zeugen en 5.000 vleesvarkens in Thisted.

Merendeel is SPF

In tegenstelling tot het meeste Deense varkenshouderijen beschikt het bedrijf van Christian Hvelplund niet over een SPF-status. Het Deense SPF-systeem kent een lange historie en is in 1971 gestart. Inmiddels heeft bijna 70 procent van de varkensbedrijven een SPF-status. De gezondheidstatus van de bedrijven is via internet voor iedereen inzichtelijk. Van alle Deense varkensbedrijven is 72 procent vrij van APP (serotype 2), 50 procent van PRRS en 28 procent test negatief op Mycoplasma. SPF-dieren worden in speciaal geconditioneerde vrachtwagens getransporteerd.
Dik Mevius, specialist antibioticaresistentie bij het Centraal Veterinair Instituut (CVI), is overtuigd van de meerwaarde van Specific Pathogen Free. „Van SPF-bedrijven is bekend dat ze minder antibiotica gebruiken. Maar er zijn meer grote verschillen tussen beide varkenshouderijen. Deense bedrijven liggen op grote afstand van elkaar. Bovendien werkt Denemarken met meer gesloten ketensystemen. Dat brengt minder transportbewegingen met zich mee. Het gevolg is een verkleinde kans op het verslepen en verspreiden van ziektekiemen en resistente bacteriën. Een ander opmerkelijk verschil is het gebruik van andere soorten antibiotica. De Deense veehouderij gebruikt meer antibiotica die ook in de humane geneeskunde worden ingezet. Bij mijn weten heeft dit geen positief effect. Waarom dat is, weet ik niet.”

Hoger zinkgehalte

Een ander belangrijk verschil tussen ons land en Denemarken is de ervaring met voer zonder antimicrobiële groeibevorderaars (amgb’s). In Denemarken zijn sinds 1998 amgb’s verboden in vleesvarkensvoer en vanaf 2000 geldt een compleet verbod. Sinds 2006 is er in Nederland en de EU een verbod van amgb’s in het voer. Voor samenstelling van veevoer regelt de EU-richtlijn sinds 2000 de toegestane grondstoffen en maximale limieten in veevoer. Desondanks variëren de samenstellingen en limieten per land.
Nutritionist Wilfried Goldewijk van mengvoederfabrikant For Farmers stelt dat de Deense voersamenstelling op enkele punten verschilt van Nederland. „In Denemarken is bij gespeende biggen tot 14 dagen na spenen 2.500 gram zink per ton voer toegestaan. In Nederland geldt een maximum van 150 gram per ton. Zink heeft een wetenschappelijk bewezen positief effect op de darmgezondheid van biggen. Zeker in de cruciale fase na het spenen. De Deense varkenshouder past de hogere zinkgehaltes bijna standaard toe. Het gebruik is wel vrij sterk gereguleerd door de overheid. De varkenshouder is verplicht om het via een attest bij de dierenarts aan te vragen.”
Het gebruik van andere zware metalen in varkensvoer zoals koper, is volgens de nutritionist vergelijkbaar met Nederland.

Langere zoogperiode

Volgens Goldewijk heeft een ander aspect, de langere zoogperiode, wel een positief effect op de gezondheid. De gemiddelde Deense zoogperiode is 31 dagen. In Nederland is de gemiddelde zoogperiode 25 dagen. „De darmen van de biggen zijn bij het spenen meer volwassen. Voor de zeug betekent het voor de baarmoeder een langere herstelperiode. Dit komt de reproductieresultaten ten goede. Door de langere zoogperiode wordt wel meer van de zeug gevraagd.”
Deense cijfers ondersteunen dat laatste. Jaarlijks wordt rond de 50 procent van de zeugenstapel in Denemarken vervangen. Ter vergelijking: in Nederland rond de 40 procent. Maar ook het verschil in genetica speelt hierin mee”, zegt Goldewijk. „Denemarken hanteert hoofdzakelijk een één lijn zeugen met als kruising het Deense Landras en Groot Yorkshire. Dit zijn productievere en magerdere zeugen die minder tegen een stootje kunnen. Het hanteren van één lijn zeugen is kenmerkend aan Denen. In de sector heerst veel meer eenheid. Dit heeft voor- en nadelen. Het eenheidsgevoel betaalt zich nu in een betere gezondheid uit.”
 

 
Varkenshouder Aart
Vandaag stond Aart al vroeg aan de balie. Hij had gisteren biggen gekregen, en hij was helemaal vergeten sulfatrim te bestellen. Aart is een zeer zorgvuldige vleesvarkenshouder. Zijn bedrijf ziet er keurig netjes uit. En als zijn vleesvarkens ziek zijn, voelt Aart zich ook niet erg lekker. Daarom wil Aart, als er maar iets mis is met de gezondheid van de varkens, direct de hele afdeling behandelen. En als het even kan zelfs al vóórdat er een varken ziek wordt. Van de hele discussie over antibiotica snapt Aart helemaal niets. Hij vindt het te gek voor woorden dat de overheid hem straks mogelijk verbiedt zijn dieren medicijnen te geven als ze ziek zijn. En diezelfde overheid heeft het ook altijd over het welzijn. Nee, zieke varkens niet behandelen, dat is pas diervriendelijk!
Als Aart nieuwe biggen oplegt, geeft hij ze altijd vijf dagen sulfatrim. Voor de zekerheid, zegt Aart. Vele discussies heb ik hierover met Aart gehad. Omdat hij ooit, jaren geleden, een keer een uitbraak van slingerziekte heeft gehad, wil dat niet zeggen dat alle biggen die Aart oplegt dat ook krijgen. Zeker niet op de manier zoals Aart zijn biggen opvangt: in een schone, warme en goed verlichte stal, en met gemakkelijk bereikbaar voer. Daardoor is de kans op slingerziekte minimaal.
Maar ondanks voortdurende ontmoediging van mij, blijft Aart de sulfatrim gebruiken. Nog erger, een tijdje terug kregen we er zelfs ruzie om. Aart begreep niet dat ik zoveel moeite heb met het verkopen van sulfatrim aan hem. ,,Een dierenarts verdient toch veel aan de medicijnen? Waarom wil je het me dan niet geven?”, vroeg hij venijnig. De discussie liep zelfs zo hoog op, dat Aart overwoog om bij onze praktijk weg te gaan.
Elke klant die wegloopt, is er één te veel. En zeker een klant als Aart, want dat is een erg aardige kerel. Dus heb ik het meningsverschil maar niet hoger laten oplopen. En hem de sulfatrim gegeven. Volgend jaar worden dierenartsen gecontroleerd op de wijze waarop ze medicijnen voorschrijven. Want antibiotica mag alleen met een goede diergeneeskundige argumentatie worden voorgeschreven. En ‘voor de zekerheid’ omdat er jaren terug een keer slingerziekte is voorgekomen, is geen goede indicatie. Dan ga ik het nog moeilijk krijgen bij Aart. Want de wijze waarop Aart sulfatrim gebruikt, is niet meer van deze tijd vanwege de problemen met antibioticaresistentie en MRSA. Aart zal moeten veranderen. Maar zoals Aart op zijn bedrijf werkt, denk ik dat er geen enkel probleem ontstaat als hij niet meer op deze preventieve wijze antibiotica gebruikt..
Aart zal zich misschien ook wel zorgen maken over zijn dierenarts. Maar die verkoopt uren in plaats van medicijnen. Dus die redt zich wel…

Gerard van Eijden
voorzitter Vakgroep Gezondheidszorg
Varken van de KNMvD
dierenarts bij Dierenartsen AnimalCare te Putten


Reacties

Aantal: 0

Nieuwste editie:

Pig Business

Volgende editie:

17
sep.´10

PIG Business

nr. 6

PIG Business

is een uitgave van: