‘Ik ben meer vernieuwer dan vakman’

Agrarisch ondernemer en varkensfokker Johnny Hogenkamp
Varkensfokker Johnny Hogenkamp uit Dalfsen staat bekend als een echte agrarische ondernemer. „Ik voel me meer agrarisch ondernemer met een modern gemengd bedrijf dan vakman”, vertelt Hogenkamp. In veel zaken is hij een pionier, getuige de vernieuwingen op zijn fokbedrijf.

Wilt u meer lezen? Neem een abonnement.
 

Reageer op dit artikel

Reactie(s) bekijken »
*
*
Uw e-mailadres wordt niet op de website afgebeeld.
*
    * Verplicht invullen
   
    Wilt u een reactie plaatsen op deze website? Lees dan eerst de regels door.
Tekst: Reinout Burgers • Beeld: Ruben Meijerink, Ellen Meinen

Videoreportage Johnny Hogenkamp

Varkensfokker Johnny Hogenkamp uit Dalfsen staat bekend als een echte agrarische ondernemer. „Ik voel me meer agrarisch ondernemer met een modern gemengd bedrijf dan vakman”, vertelt Hogenkamp. In veel zaken is hij een pionier, getuige de vernieuwingen op zijn fokbedrijf. Volg hier zijn videoblog.
 

Get Flash to see this player.

Samen met andere collega’s uit de sector mocht Hogenkamp helpen met de organisatie van het congres voor de European Pig Producers (EPP) in Eindhoven. 265 vakmensen uit 15 Europese landen kwamen vier dagen bij elkaar en bezochten Nederlandse bedrijven, waaronder het fokbedrijf van Hogenkamp. Het is een modern bedrijf met 1.600 fokzeugen en 3.000 opfokzeugen. Van de 1.600 fokzeugen worden er 600 ingezet voor fokkerij. De overige 1.000 zeugen insemineert hij met de Piétrain-beer DB77 en deze biggen worden verkocht in Nederland.
Op het fokbedrijf zijn zes fulltime banen, die door zeven personeelsleden worden ingevuld. Stuk voor stuk vakmensen, die graag voor Hogenkamp werken. „Voor het vakmanschap heb ik goede mensen. In veel specifieke zaken kan ik hen niet verbeteren. Het is ook een hecht team, al jarenlang hebben we geen verloop.” Binnen de distributie werkt Hogenkamp met eigen transport en vertegenwoordiging. Zijn vrouw Ria is een duizendpoot die Johnny steunt met haar werk achter de schermen.

Vooroplopen

Als ondernemer durft Hogenkamp risico te nemen en al jaren test hij nieuwe ontwikkelingen. Zo gaan al meer dan twintig jaar alle zeugen gelijk na inseminatie in groepshuisvesting. „Ik loop liever tien jaar voorop, dan vijf jaar achterop”, zegt Hogenkamp. „Maar te ver vooroplopen is ook niet goed”, voegt hij er relativerend aan toe. „In 1992 begon ik op een andere locatie met ziektevrije dieren uit Meuse in Frankrijk. Dat mislukte totaal. Binnen een jaar waren we volledig geruimd vanwege het ontbreken van een entstof tegen PRRS. Pas de laatste vijf jaar is SPF weer een trend in Nederland. We waren te vroeg, al blijven er ook nu vrijwel geen bedrijven vrij van PRRS en dat is nou net de belangrijkste kiem van die ellende.” Hypor verkoopt zelf in Nederland ook ziektevrije dieren vanuit Duitsland en garandeert daarbij dat de herkomstbedrijven niet enten tegen PRRS, Mycoplasma en APP. „De enige garantie die hout snijdt”, aldus Hogenkamp.
In 1995 was Hogenkamp er ook al vroeg bij met de Groen-Labelstallen. „Door de combinatie groepshuisvesting en Groen-Labelstallen heb ik me nooit zorgen gemaakt over 2013, behalve dan de oppervlaktenormen, die waren niet reëel en zijn nu gelukkig ook van tafel.” Hij heeft tien jaar terug ook met mestverwerking geëxperimenteerd. Het hele bedrijf is uitgerust met centrale afzuiging, waarvan de ventilatoren allen kort bij elkaar zitten. „Ideaal voor mestdroging. We hebben immers een volumeprobleem en geen mineralenprobleem. Maar het was nog te vroeg voor zulke initiatieven. De afzet en techniek waren nog niet ver genoeg ontwikkeld.”
Ook had Hogenkamp nog het idee om een soort treintje voor biggen in zijn stallen te bouwen. „De biggen moesten 400 meter lopen”, vertelt hij met een glimlach. „ Per week 1.000 gespeende biggen. Het idee was dat dit veel efficiënter kon en ook te automatiseren was. Ook wilde we het voor de big gerieflijker maken. De treinbaan ligt er inmiddels, het volledig automatiseren werd echter te duur. We starten nu met een elektrische palletwagen met een wisselsysteem van biggenkratten.”

Castreren

De agrarisch ondernemer van 2006, die titel ontving Hogenkamp uit handen van toenmalig landbouwminister Veerman, is nu gestart met het Tesco-concept. Deze mega-supermarkt stelt eisen aan welzijn op hun aangesloten bedrijven en geeft daar een meerprijs voor. Afgezien van meer ruimte en afleiding is één van de voorwaarden dat de biggen niet meer worden gecastreerd. „We zijn nu net gestopt met castreren”, geeft Hogenkamp aan. Door de biggen niet te castreren, gaat hij met de trend mee. Hij is er ook van overtuigd dat niet castreren beter is. „Afgezien van het feit dat je kunt stoppen met een vervelende klus, is de voerefficiëntie van beren 10 tot 15 procent beter. Bovendien is er nauwelijks

‘De zeug
moet het
zelf doen’

schade aan de slachtlijn. De zogenaamde berengeur zal best eens voorkomen. Nog geen enkele klantenservice van een supermarkt heeft hier ooit een klacht over gehad. Samen met de NGO’s (Varkens in Nood, e.d.) moeten we er voor zorgen dat deze flauwekul stopt. Knappe supermarkt die het dan nog weet tegen te houden.”
Supermarkten zijn in de ogen van Hogenkamp enkel logistieke dozenschuivers, waar principes zich beperken tot de kassa. „De inhoud van de dozen wordt uiteindelijk bepaald door de publieke opinie. Omarmen dus en niet met het zwaard te lijf gaan.”
Hogenkamp gebruikt ook nauwelijks antibiotica bij de zeugen en opfokzeugen, maar wel bij de biggen van drie tot zes weken en het blijkt dat deze antibiotica voornamelijk bij gecastreerde biggen moet worden gebruikt.

Internet

In de stallen heeft Hogenkamp sinds vijf jaar een spuitrobot voor het schoonmaken. Niet omdat dit goedkoper is, maar meer om zijn personeel te ontlasten. Dat de varkensfokker ook meegaat met het communicatietijdperk blijkt uit het feit dat in de stal overal ‘access points’ zijn die de hele stal mobiel met het internet kunnen verbinden. Alle gegevens van fokkerij tot technische resultaten zijn op te vragen via een PDA of Handheld met WiFi- internetverbinding. Ook de 31 Nedap voerstations draaien hierin mee.
Verder wordt alle noodzakelijke warmte uit houtpellets gehaald en hij gebruikt geen gas. Al het water komt uit een eigen bron. De kraamzeugen en de hoogdragende zeugen hebben de beschikking over koeling, waarmee de temperatuur tot acht graden kan worden teruggebracht. In tegenstelling tot de vele vernieuwingen die Hogenkamp toepast, herbergen zijn stallen geen technische ‘kunstzaken’ voor het grootbrengen van biggen. Zijn redenering is simpel: „De zeug moet het zelf doen. De moeder moet in staat zijn om haar biggen groot te brengen. Ze heeft tegenwoordig 14 tot 18 spenen in plaats van 12. Het gebruik van kunstmiddelen is uitgaan van zwakte en niet van de kracht van de zeug.”

Fokkerij

Dat de zeugen sterk en in staat zijn om zonder al te veel ondersteuning topprestaties te kunnen neerzetten, is voor Hogenkamp een vereiste. Goede sterke zeugen met weerstand. Dat is ook de reden dat hij met de Hypor-fokdieren fokt. „Hypor is altijd gefocust op Efficient Balance Breeding”, vertelt Hogenkamp, die dagelijks elektronisch gegevens uitwisselt met Hypor en informatie terugkrijgt vanuit de hele wereld. Het sperma dat hij gebruikt, komt niet alleen uit Nederland, maar ook uit Spanje, België en Canada.
   

Reacties

Aantal: 2
Andermaal moooi filmpke! Maar Johnny ik heb een vraag aan jou. ik dacht jij een vast verhaaltje had in het blad boerderij. Ben je overgestapt ?!
Zeverink  |  18-06-2010  |  15:02
Interessant en leerzaam filmpje. Ben benieuwd naar de rest van de serie!!
Brabant  |  09-06-2010  |  18:53

Nieuwste editie:

Pig Business

Volgende editie:

17
sep.´10

PIG Business

nr. 6

PIG Business

is een uitgave van: