|
|
„We gaan af op krimp in de vleesvarkenshouderij en gelijkblijvende zeugenhouderij”. Zomaar een zin in het rapport ‘Van mega naar beter’ naar aanleiding van de dialoog over megastallen. Er heerst een taboe op volumebeleid, staat in dezelfde paragraaf. In de conclusies van het rapport is er niets over terug te vinden. Ook de Commissie Van Doorn heeft het in haar rapportage nauwelijks over volumebeleid. Achter de schermen gaat het daar wel over.
Al bijna een jaar heeft ZLTO een krimpscenario in de kast liggen. Toen ik in januari van dit jaar de ruwe versie van het rapport ‘Naar een nieuwe grondgebondenheid, vrijheid en verantwoordelijkheid’, te zien kreeg was het vriendelijke verzoek niet over het genoemde krimpscenario te schrijven, want dat is officieel (nog) niet aan de orde.
We zijn inmiddels bijna een jaar verder, alle mooie rapporten, dialogen en conferenties ten spijt. Als we zo doorgaan blijft het ‘business as usual’. De rapporten bieden geen concrete oplossing. Alleen als de sector aan volumebeleid gaat doen, verdwijnt de varkenshouderij uit de hoek waar de klappen vallen. ‘Ik heb de ambitie om de varkenshouderij uit die hoek te halen’, aldus Bleker in dit nummer. De (noordelijke) melkveehouderij verwijt de (zuidelijke) varkenshouderij imagoschade door de aanhoudende discussie over het mestoverschot. Ondertussen meent de melkveehouderijsector wel recht te hebben op aanhoudende inkomenssteun, gerelateerd aan de primaire productie.
Ik zeg: voor wat hoort wat. De (vlees)varkenshouderij krimpt en in ruil daarvoor mag de melkveehouderij meer melk produceren. Maar dan moet het afstand doen van de onterechte claim op een enorme smak inkomenssteun. Dat geld is nodig om de varkenshouderij op een nette manier te saneren, zodat de blijvers echt vooruit worden geholpen en de wijkers zonder schuld afscheid nemen van de varkenshouderij.
Erik Colenbrander Redacteur Pig Business Bent u het met mij eens, of helemaal niet? Geef hieronder uw reactie. |
Reacties
Aantal: 0