Marianne Thieme die de discussie aangaat met Cees Veerman. Vrijdag 4 juni was er een debat, georganiseerd door het RIVM, over de relatie tussen volksgezondheid en veehouderij.
Hebben de Q-koorts en antibioticaresistente ESBL- en de MRSA-bacteriën gevolgen voor de veehouderij in Nederland?
„De hooglerarenpetitie over duurzame veeteelt schrijft 1 miljard EU-subsidie toe aan de bio-industrie. Dat is een regelrechte blunder”, aldus voormalig minister Cees Veerman op het congres ‘Veeteelt en volksgezondheid’. Ook Veerman vindt echter dat het structureel anders moet en dat het veranderingsproces te langzaam gaat. „Laten we het rapport van de commissie Wijffels nog eens onder de loep nemen en daarna stappen ondernemen en stoppen met praten”, aldus de prominente CDA-politicus. Veerman schetst vier mogelijke scenario’s voor de ontwikkeling van de veehouderij in Nederland:
1. Industriële productie en verwerking van vlees in gesloten kringlopen;
2. Optimalisering van gezinsbedrijven;
3. Alternatief en biologisch voor niche markten;
4. Afschaffen van de intensieve veehouderij.
Dat laatste is voor Veerman geen serieuze optie, al zegt hij vegetariërs te respecteren. „We spelen een rol op de wereldmarkt. Die kun je niet zomaar wegstrepen. Net nu grote delen van de wereld, bijvoorbeeld China, meer vlees kunnen en willen gaan eten, willen wij het ze verbieden. Dat kan natuurlijk niet.” Veerman vindt dat er een keus moet worden gemaakt of er in Nederland nog plaats is voor industriële vleesproductie. „Dan heb ik het niet eens over megastallen, dit soort systemen zijn nog veel groter”, verduidelijkte hij.
Veerman ondertekende de petitie van de hoogleraren niet. De petitie gaat er vanuit dat de boer een eerlijke prijs krijgt wanneer de sector snel verduurzaamt. Dan levert dat een goed inkomen op zonder subsidie. Nonsens, aldus Veerman. Maar dat er ingrijpende veranderingen nodig zijn, onderschrijft hij wel. Ook vindt hij de veranderingen te langzaam gaan. Hoe gerespecteerd en hoe visionair de voormalige landbouwminister ook mag zijn, hier spreekt hij zichzelf tegen. Nadat Marianne Thieme hem voor de voeten wierp dat hij als minister niets met de aanbevelingen van de Commissie Wijffels heeft gedaan, besloot hij er vandoor te gaan. Komt u nog eens bij me praten”, nodigde hij Thieme uit.
Als ze op deze uitnodiging ingaat, zal de inhoud van het rapport van de Commissie Wijffels ongetwijfeld aan de orde komen. Wat te denken van de zin: veehouderijsystemen zijn gebaseerd op de eigen gedragskenmerken en bevorderen het weerstandsvermogen tegen verschillende stoornissen? Groepshuisvesting begint gemeengoed te worden anno 2010, maar daar is ook alles mee gezegd. Grootschalige varkenshouderij is per definitie een systeem dat niet tegemoet komt aan de eigen gedragskenmerken van het dier. Al eens 1.000 wilde zwijnen bij elkaar gezien in een bos?
Een andere aanbeveling: de individuele ondernemer is verantwoordelijk voor zijn eigen risicogedrag, met betrekking tot besmettingen en risico’s voor de volksgezondheid. Ook daar is niets van terechtgekomen, gezien de recente ervaringen met Q-koorts. Terecht roepen getroffen veehouders dat de overheid ze aan hun lot overlaat en mede debet is aan hun ongeluk. Of wat te denken van de eerste aanbeveling uit het in 2001 geschreven rapport: de dierlijke productie in ons land is een sector die past in de context van een hoog ontwikkelde stedelijke samenleving. Het tegendeel is waar, gezien de actualiteit van de discussies over megastallen.
ZLTO-voorman Ton van Hoof koos een veel praktischer en beter uitvoerbare insteek dan Veerman: „Dit congres gaat over volksgezondheid en grootschalige veehouderij. Als er risico’s zijn, laten we ons daarop richten en die aanpakken. Gezamenlijk stappen zetten en vooruitgang boeken.” Ontkennen dat het risico van ziekten en overdracht op mensen toeneemt naarmate de veeconcentratie toeneemt, is onzin.
Hoogleraar diergeneeskunde Frans Van Knapen deed dat wel. Als Marianne Thieme dat beroepsdeformatie noemt dan heeft ze gelijk. Maar de discussie breder trekken dan het probleem van de grote veeconcentraties in individuele stallen en in heel Nederland zou de doodsteek van de sector betekenen. Het is ook helemaal niet nodig, want grootschalige intensieve veehouderij die voldoet aan randvoorwaarden op het gebied van milieu, dierenwelzijn, volksgezondheid en voedselveiligheid is goed mogelijk. Maar dat zijn dan wel andere voorwaarden dan de aanbevelingen uit het rapport Wijffels.
Reacties
Aantal: 2