Opinie: Regionale slachthuizen verdwijnen; het dier betaalt de prijs

Regionale slachthuizen vervullen een belangrijke functie. Zij slachten dieren die kwetsbaar zijn of nergens anders terechtkunnen: slachtbiggen, geitenbokjes, 'afgeschreven' melkkoeien, geiten en zeugen. Dieren die er – of je het nu wilt of niet – wél zijn, maar die je vanwege hun kwetsbaarheid níet op lange transporten wilt zetten. Nu regionale slachthuizen verdwijnen, gebeurt precies dat wél.
Sinds 2021 staan deze slachthuizen onder permanente controle van de NVWA. In diezelfde periode zijn ook de keuringstarieven fors gestegen. Deze toegenomen keuringskosten zijn voor veel regionale slachterijen, die vaak kleine aantallen dieren slachten, niet meer op te hoesten.
Toegenomen keuringskosten zijn voor veel kleine en regionale slachterijen niet meer op te hoesten
Om een indruk te krijgen van de verhoudingen: bij Vion in Boxtel worden er per dag ongeveer 20.000 varkens geslacht. Een regionale slachterij slacht dit aantal vaak nog niet in een jaar. Waar grote slachterijen de keuringskosten kunnen uitsmeren over enorme aantallen dieren, kunnen regionale slachthuizen dat niet. Het gevolg laat zich raden: kleine slachthuizen verdwijnen, grote blijven over.
Bij een regionale slachterij in Brabant, waar twee dagdelen per week biggen met mankementen worden geslacht, zijn de keuringskosten tussen 2021 en 2025 gestegen van 70.000 naar 150.000 euro per jaar. In dezelfde periode daalde het aantal geslachte dieren met ruim dertig procent. Het resultaat: de keuringskosten per dier zijn verdrievoudigd.
Dit voorbeeld staat niet op zichzelf. In Noord-Nederland zijn vrijwel geen regionale slachthuizen meer over. Afgeschreven melkkoeien die voorheen binnen een half uur bij de slachterij arriveerden, zijn nu vaak vier uur of langer onderweg naar slachthuizen in Brabant of over de grens, zo blijkt uit onze eigen inspecties.
De keuringskosten per dier zijn verdrievoudigd
Ook andere kwetsbare dieren verdwijnen steeds meer uit beeld. Meer dan de helft van de Nederlandse slachtbiggen wordt geëxporteerd naar slachterijen in Kroatië, Spanje en Portugal. Veel slachtzeugen en beren gaan naar Duitsland — niet omdat dat beter is voor het dier, maar omdat slachten daar goedkoper is. Als dit beleid niet wijzigt, dreigt hetzelfde voor geitenbokjes en melkgeiten op leeftijd.
Het verdwijnen van regionale slachthuizen is geen natuurverschijnsel, maar het gevolg van beleid dat schaalvergroting beloont en kwetsbare dieren op lange transporten jaagt — precies datgene wat de overheid zegt te willen voorkomen.
Niemand pleit voor minder toezicht. Maar zolang de keuringstarieven kleine slachthuizen structureel uit de markt drukken, betalen dieren de prijs.
Daarom pleiten wij van Eyes on Animals voor eerlijke en proportionele keuringstarieven, bijvoorbeeld een vast bedrag per dier in plaats van per uur. Misschien een ongebruikelijk voorstel van een dierenbeschermingsorganisatie, maar ieder dier verdient een fatsoenlijk einde — zeker na een leven dat vaak allesbehalve gemakkelijk was.
Madelaine Looije (41) uit Leiden, namens Eyes on Animals
Tekst: Madelaine Looije
Beeld: Agrio archief



