
Streptokokken bij biggen.
Waarom de zeug vaak de echte bron is.

Zeugen dragen de bacterie standaard bij zich, vooral in de tonsillen. Via neus-neuscontact of tijdens het werpen kunnen ze hun biggen direct besmetten. Daarom begint een effectieve streptokokkenaanpak altijd bij een sterke, stressarme zeug. Door weerstand, darmgezondheid en management rondom dracht en lactatie te optimaliseren, verlaag je de infectiedruk al aan de bron.
Streptokokken: een natuurlijke bewoner.
Elke zeug draagt streptokokken bij zich. Dat is op zichzelf geen probleem, maar het betekent wel dat biggen vanaf het eerste moment risico lopen. Veel biggenproblemen vinden dus hun oorsprong bij de zeug. Een zeug met een stabiel immuunsysteem geeft simpelweg minder streptokokken door.
Stress bij de zeug.
Stress is een onderschatte risicofactor. Het verlaagt de weerstand van de zeug, waardoor de bacterie zich sneller verspreidt en biggen makkelijker besmet raken.
Kritieke stressmomenten zijn onder andere:
- verplaatsen naar de kraamstal
- het werpproces (zeker bij gelten)
- voerovergangen
- verminderde wateropname
- obstipatie
Door rust en stabiliteit rondom deze momenten te creëren, kun je veel infectiedruk voorkomen.
Voeding als basis: Forta‑zeugenvoeders versterken de weerstand.
Voeding is een krachtig middel om de darmgezondheid én weerstand van de zeug te verbeteren. De Forta‑zeugenvoeders van ForFarmers bevatten specifieke ingrediënten die bijdragen aan een stabiele microbiota.
Die microbiota vormt weer de basis voor die van de pasgeboren big.
Daarnaast sturen deze voeders op biest- en melkkwaliteit – cruciaal voor de afweer van jonge biggen. Zeugen staan in de einddracht en lactatie onder hoge druk; juist dan helpt Forta om streptokokken minder kans te geven.
Dat resulteert in:
- lagere infectiedruk in het kraamhok
- betere biestkwaliteit
- vitalere biggen
- een sterke start na het werpen

Weerstand rond werpen: timing is alles.
Biggen zijn in hun eerste weken volledig afhankelijk van antistoffen uit de biest. Uit onderzoek blijkt dat antistoffen tegen streptokokken type 2 en 9 een dip bereiken rond dag 18–19, net vóór het spenen, wanneer stress en co‑infecties op de loer liggen.
Een zeug met een sterke weerstand en optimale voeding helpt dit kwetsbare moment te overbruggen.
Co‑infecties: streptokokken komen zelden alleen.
PRRS, circo, griep, ze versterken allemaal de kans dat streptokokken toeslaan. Ze verzwakken de weerstand van zowel zeugen als biggen, waardoor de bacterie makkelijker wordt overgedragen.
Vaccineren, hygiëne en bioveiligheid zijn daarom onmisbare schakels in een goede streptokokkenstrategie.
Klimaat: de stille beïnvloeder
Onderzoek laat zien dat het klimaat in de kraamstal invloed heeft op het ontstaan van streptokokkenproblemen na het spenen. Een te hoge CO₂‑waarde of vocht in de kraamstal creëert ideale omstandigheden voor ziektekiemen, waaronder streptokokken. We adviseren daarom om ook kritisch te kijken naar het klimaat en de instellingen in de kraamstal.
Een optimaal klimaat betekent:
- minder verspreiding via de lucht
- minder stress bij de zeug
- betere prestaties van de biggen
Een sterke zeug is de beste bescherming voor de big.
Het aanpakken van streptokokken bij biggen begint bij de zeug. Met sterke darmgezondheid, weinig stressmomenten en een stabiel immuunsysteem draagt zij aanzienlijk minder bacteriën over.
Het resultaat:
- lage infectiedruk in het kraamhok
- sterke, vitale biggen
- minder problemen na het spenen
Kortom: de zeug is niet alleen de start van een nieuw leven, maar óók de sleutel tot een succesvolle streptokokkenaanpak.
Tekst: ForFarmers
Beeld: ForFarmers