Uitloop varkensstal telt niet mee voor LBV/LBV+ subsidie

De maatschap exploiteerde een biologische varkenshouderij. Op 5 juli 2023 heeft de maatschap subsidie op grond van de Lbv-plus aangevraagd voor de onomkeerbare sluiting van haar veehouderijlocatie. De minister heeft deze subsidieaanvraag gedeeltelijk goedgekeurd. Het maximale subsidiebedrag dat de minister heeft berekend (438.000 euro), is lager dan het door de maatschap aangevraagde subsidiebedrag, omdat volgens de minister voor de (overdekte) uitloopruimtes van de stallen geen vergoeding kan worden verstrekt.
Eisen biologische bedrijfsvoering
De uitloopruimtes van de stallen zijn terecht aangemerkt als uitlopen, als bedoeld in artikel 1 van de Lbv-plus. Dat het volgens een maatschap uit het Gelderse Voorthuizen gaat om een buitendeel van de stal dat nodig is om biologische varkens te houden, maakt niet dat deze ruimtes als dierenverblijf moeten worden aangemerkt. Uit de definitie en de toelichting daarop is de, al dan niet overdekte, uitloop daarvan uitdrukkelijk uitgezonderd. De oppervlaktes van de uitloopruimtes zijn daarom terecht niet meegenomen in de berekening van de LBV+ subsidie. Dat vormt de uitspraak van de meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Gedeeltelijk toegewezen
Met het besluit van 24 januari 2024 wees de minister van LVVN de aanvraag van de maatschap om te participeren in de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) gedeeltelijk toe. Uit dien hoofde werd de maatschap een subsidie toegekend van 438.000 euro.
Ten onrechte
Tegen de berekening van deze subsidie diende de maatschap een bezwaar in. Daarin voerde de maatschap aan dat de afgekeurde oppervlakte van de stallen ten onrechte niet was meegenomen bij de subsidieberekening. Het betreft hier niet om een (overdekte) uitloop als bedoeld in artikel 1 van de Lbv-plus, maar om een buitendeel van de stal dat als dierenverblijf moet worden meegerekend. Daarbij verwijst de maatschap naar de wetgeving die als eis stelt dat biologische varkens steeds over 1,2 m2 per dier aan buitenruimte moeten beschikken. In de ogen van de maatschap dient het buitendeel van de stal dan ook worden gezien als (onderdeel van een) dierenverblijf, omdat zonder die ruimte geen biologische varkens mogen worden gehouden en geen Skal-certificaat wordt afgegeven. Daarnaast zijn alle voorzieningen, zoals een watervoorziening, mestroosters en mestopslag (kelder) in en onder het buitendeel van de stal aanwezig.
Niet tot dierenverblijf
De minister van LVVN onderstreept dat ze de uitloopruimtes terecht niet heeft meegenomen bij de subsidieberekening, omdat de uitloopruimtes in dit geval niet behoren tot het dierenverblijf. De minister is het met de bezwaarmakers eens dat zo een Skal-certificering voor biologische varkenshouderijen een uitloopruimte vereist. Volgens de minister betekent dit evenwel niet dat deze uitloopruimtes alsnog als dierenverblijf moeten worden beschouwd, gelet op de tekst van de regeling. Daarnaast is de Lbv-plus een generieke regeling. Dit betekent dat geen individueel maatwerk wordt geleverd, en dat de regeling dus niet door alle veehouderijen als gunstig wordt ervaren. Bovendien is deelname aan de regeling op vrijwillige basis.


