Adviescommissie: ‘Baseer nieuwe regels geurhinder niet alleen op individuele veehouderijen’

De overheid maakt werk van nieuwe regels over geurbelasting nadat het gerechtshof in Den Haag vorig jaar concludeerde dat de staat tekortschiet om extreme overlast te voorkomen. In een zaak die was aangespannen door zestien omwonenden van boerenbedrijven werd geconcludeerd dat bij twee bewoners de geurbelasting onaanvaardbaar hoog was.
Hoe wordt geurhinder gemeten?
Geurhinder wordt momenteel volgens de Europese standaard gemeten in ‘odour units’ per kubieke meter lucht (ouE/m3). Een testpanel boordeelt van een op locatie afgenomen luchtmonster of zij een geur ervaren. Als tenminste de helft van het panel iets ruikt, dan wordt het monster voor 50 procent met schone lucht verdund en doen ze de test opnieuw. Die procedure wordt herhaald tot de meerderheid van het panel niets meer ruikt. Het aantal verdunningen dat nodig was om dat punt te bereiken is het aantal ouE/m3.
De landelijke norm in het buitengebied schrijft voor dat een score van 14 ouE/m3 is toegestaan. Gemeenten mogen daar naar boven toe van afwijken. Volgens de GGD ontstaan er echter bij waarden van boven de 10 ouE/m3 al risico’s voor de gezondheid. De twee in het gelijk gestelde omwonenden hadden te maken met respectievelijk 34 en 57 ouE/m3.
Objectievere methode
De meetmethode in ouE/m3 heeft een subjectieve component. De Universiteit van Wageningen ontwikkelt in opdracht van het ministerie een chemisch-analytische meetmethode, die geurbelasting objectiever kan vaststellen. Zo zou het mogelijk worden om met sensoren de uitstoot doorlopend bij te houden. Als de nieuwe methode functioneel is, zal die eerst als aanvulling op de huidige metingen worden gebruikt. Op termijn moet de chemische meetmethode de subjectieve ouE/m3 helemaal vervangen.
'Geurbelasting is een optelsom'
Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Thierry Aartsen heeft naar aanleiding van de uitspraak van het gerechtshof de taak om nieuwe regels op te stellen. Aartsen kondigde aan dat die gaan over de maximale geurbelasting die één veehouderij mag uitoefenen op nabijgelegen woningen, de zogenoemde voorgrondbelasting. De Commissie MER waarschuwt nu echter dat wanneer alleen gekeken wordt naar de individuele uitstoter, de regelgeving het doel voorbijschiet. Omdat omwonenden vaak met meerdere veehouderijen in hun omgeving te maken hebben, moet ook de optelsom van alle veehouders - de achtergrondbelasting - worden meegewogen.
De commissie schrijft: „De beleidsaanpassing die nu voorligt is enkel gericht op aanpassing van de grens- en standaardwaarden voor geur uit dierenverblijven, en hebben uitsluitend betrekking op de voorgrondbelasting. Dit om daarmee te voldoen aan de uitspraak van het Hof. De Commissie begrijpt deze smalle afbakening maar het is wel noodzakelijk om duidelijk te onderbouwen waarom andere onderdelen van het geurbeleid niet worden onderzocht, en waarom dit niet nodig zou zijn om de gestelde doelen te halen.”
Als de milieueffectrapportage volgens plan wordt uitgevoerd, is de planning dat de regelwijzigingen in 2027 voor consultatie aan de markt worden aangeboden.
Tekst: Bart van de Laak
Beeld: Suzanne Rexwinkel
