Mestexport groeit door, met Duitsland als belangrijkste motor

Binnen de afzetmarkten valt vooral de verdere groei richting Duitsland op. Dat land blijft met afstand de belangrijkste bestemming en laat ook in absolute zin de grootste toename zien. De export naar onze oosterburen steeg in het eerste kwartaal met ruim 15 procent tot boven de 675.000 ton.
Ook de export naar België zit in de lift, zij het met 7,5 procent tot 142.000 ton iets gematigder. Frankrijk vormt de uitzondering: daar daalt het exportvolume met ruim 8 procent tot 223.000 ton, waarmee het land terrein verliest ten opzichte van de andere grote afnemers.
Sterke groei pluimveemest, daling varkensmest
De verschillen tussen mestsoorten zijn dit kwartaal uitgesproken. Pluimveemest laat opnieuw met ruim 25 procent een stevige groei zien en ontwikkelt zich tot een van de belangrijkste trekkers onder de exportstromen. Ook paardenmest (+23,4 procent) en rundveemest (+19,4 procent) nemen duidelijk toe, al blijven deze stromen kleiner in omvang. Om een idee te geven: in het eerste kwartaal ging ruim 26.000 ton rundveemest de landsgrenzen over.
Tegelijkertijd beweegt varkensmest de andere kant op. Dit is de enige grote mestsoort waarvan de export afneemt: 15,6 procent om precies te zijn. Daarmee verandert de samenstelling van de totale mestexport zichtbaar. Mengmest en overige stromen – samen goed voor ongeveer driekwart van de export - blijven veruit het grootste aandeel houden en groeien met 7,3 procent licht door.
Het totaalbeeld voor het eerste kwartaal is er een van groei, maar met een andere invulling dan voorheen. De afhankelijkheid van Duitsland neemt toe, terwijl Frankrijk minder belangrijk wordt. Tegelijk verschuift de vraag tussen mestsoorten, met meer ruimte voor pluimvee- en andere meststromen en minder voor varkensmest.
Import mest daalt licht
Aan de andere kant nam de import van dierlijke mest in het eerste kwartaal van 2026 licht af. Het totale volume daalde met bijna 3 procent ten opzichte van een jaar eerder tot 178.800 ton.
Achter de beperkte krimp gaat een duidelijke verschuiving in mestsoorten schuil. Vooral de import van pluimveemest nam met 30 procent verder toe tot bijna 35.500 ton. Ook mengmest en overige stromen groeien relatief sterk, al gaat het daar om kleinere volumes.
Daartegenover staat een scherpe terugval met ruim 32 procent van rundveemest van 30.260 ton in 2025 naar 20.550 ton dit jaar. Die categorie laat de grootste daling zien. Paardenmest, een van de grootste stromen binnen de import, neemt eveneens af, terwijl varkensmest nagenoeg stabiel blijft en daarmee zijn positie behoudt als belangrijkste individuele categorie met ruim 62.000 ton.
Intermediairs domineren, directe afzet neemt af
Niet alleen de samenstelling van de mest verandert, ook de verdeling over afnemers verschuift. Intermediairs namen een groter deel van de import voor hun rekening. Daarmee blijven zij de belangrijkste schakel in de aanvoer van buitenlandse mest.
Tegelijkertijd neemt de directe import door akkerbouwbedrijven af. Ook in andere sectoren is een duidelijke krimp zichtbaar. Vooral de tuinbouw laat een forse daling zien, terwijl ook gemengde bedrijven minder mest importeren.
Het algemene beeld is dat de import van mest iets afneemt, maar dat de onderliggende verhoudingen veranderen. De vraag verschuift richting pluimveemest en mengstromen, terwijl rundveemest terrein verliest. Tegelijk verschuift de afzet verder richting intermediairs.

Tekst: Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland



