Later spenen positief voor intacte krulstaarten

De varkensspecialisten van ABZ-Diervoeding zeggen een aantal duidelijke voordelen te zien bij het spenen op een leeftijd van vijf weken ten opzichte van spenen op een jongere leeftijd. Zo krijgen biggen biet alleen langer zeugenmelk, maar is de kans ook een stuk groter dat ze al vast voer gevreten hebben. Dat zorgt voor een betere darmontwikkeling, inclusief het darmmicrobioom, en minder gezondheidsproblemen in de eerste week na het spenen. Biggen zullen daardoor meer voer opnemen en harder groeien, aldus de specialisten.
Robuustere varkenshouderij
Het concept van later spenen sluit goed aan bij de bredere ontwikkeling richting een robuustere varkenshouderij. In de sector groeit de aandacht voor dierwelzijn, diergezondheid en het houden van varkens met intacte krulstaarten. Een stabielere overgang, minder stress en een betere darmgezondheid kunnen bijdragen aan minder agressief gedrag en een lager risico op staartbijten.
Betere prestaties
In praktijk blijkt dat later spenen (en een hogere voeropname vóór het spenen) leidt tot betere prestaties in de opfokperiode. Dit werkt weer door in latere groeifases met circa 45 gram extra groei per dag en een lagere voerconversie (ong. – 0,04 punt). Oudere, zwaardere biggen bij spenen laten doorgaans ook minder spreiding zien in groei, wat weer voordelen heeft bij afleveren.
Aandachtspunten
Ieder voordeel hebt ook zijn nadeel. Zo ook bij het later spenen. Zo betekent later spenen dat de biggen langer bij de zeug blijven, waardoor er extra aandacht moet zijn voor de conditie van de kraamzeugen. Verder verandert de bezetting van de kraamstal en kan het aantal rondes per jaar onder druk komen te staan bij een gelijkblijvende stalcapaciteit. De hogere speengewichten heeft bovendien consequenties voor de voer- en wateropname, huisvesting en klimaatbeheersing in de biggenstal. Daarnaast blijft goed voer- en hygiënemanagement cruciaal: een latere speenleeftijd vermindert de risico’s, maar neemt ze niet volledig weg.

