Kreupelheid zeugen van invloed op biggen en productieresultaten

Kreupelheid bij zeugen is niet alleen negatief voor het welzijn, de vruchtbaarheid, het aantal biggen per zeug en productieresultaten, maar kan ook leiden tot een kortere drachtduur, zo ontdekte een internationale groep onderzoekers. Ook staan ongeboren biggen meer bloot aan stress. Zeugen die in het laatste trimester van de dracht kreupel waren, hadden een kortere drachtduur dan de niet-kreupele zeugen, waarschijnlijk als gevolg van de stress en pijn. Dit was ook terug te zien in de hoeveelheid stresshormonen in de placenta. Stresshormonen kunnen een negatief effect hebben op de ontwikkeling en groei van de biggen.
Sterke klauwen
Sterke klauwen en een robuust beenwerk zijn de basis voor duurzame zeugen. Voortijdige afvoer door beenwerkproblemen is een grote kostenpost die direct drukt op het rendement. Mengvoederfabrikant ABZ onderkent dit probleem. Voor haar reden bewust te kiezen voor organisch gebonden spoorelementen (o.a. koper, zink en mangaan) in al haar voeders voor opfokzeugen en zeugen. Spoorelementen vormen een belangrijk onderdeel van allerlei lichaamsprocessen, zoals weerstand en de opbouw en stevigheid van beenwerk en klauwen. Volgens de fabrikant zijn deze mineralen beter beschikbaar, waardoor de zeug ze optimaal kan benutten.
Vezels
Wat daarbij ook een rol speelt is een optimale combinatie van snel, langzaam en niet-fermenteerbare vezels, waarmee veel structuur aan de zeugenvoeders wordt toegevoegd. Dit zorgt vervolgens voor een goede vertering, droge mest en minder gladde vloeren. Dit helpt bij het voorkomen van problemen met beenwerk, pijn en beschadigde klauwen. Ook de vitamine D in de vorm van Hy-D in het voer zorgt niet alleen voor een optimale weerstand, maar ook voor een vlotte melkgift, hoge biggenproductie en sterk beenwerk.
Stevig hoornweefsel
Voor de vorming van klauwen met stevig hoornweefsel heeft een zeug specifieke bouwstoffen nodig. Vooral eiwitten (aminozuren zoals methionine), biotine , koper, mangaan en zink zijn daarbij cruciaal. Biotine vormt als het ware de ‘cement’ tussen de mineralen voor een harde klauw. Bij moderne, hoogproductieve zeugen is de behoefte aan zink groot, zeker tijdens de late dracht en lactatie. De opname van zink uit het voer is dan vaak net onvoldoende. Normaal gesproken wordt zink via speciale ‘zink-poortjes’ in de darmwand opgenomen in het bloed. Bij een hoge behoefte raken deze poortjes verzadigd; ze kunnen de stroom simpelweg niet meer aan. ABZ adviseert in dat geval voor een sluiproute te kiezen. Door zink, maar ook mangaan en koper, te koppelen aan aminozuren wordt zo’n sluiproute gecreëerd. Het lichaam herkent het chelaat niet als een mineraal, maar als een aminozuur. Hierdoor lift het zink mee op de aminozuur-route, die een veel grotere transportcapaciteit heeft.

Tekst: Guus Queisen
Opgegroeid op een gemengd agrarisch bedrijf op een typisch Zuid-Limburgse carréboerderij. Na een financieel/economische opleiding en diverse functies sinds 1985 in deeltijd en sinds 1996 fulltime op freelance basis actief in de landbouwjournalistiek. Volg kritisch alle ontwikkelingen die (in-)direct aan de agrarische sector gerelateerd zijn. Bij Agrio werkzaam voor zowel de papieren als de digitale uitgaven van: Stal en Akker, Pigbusiness, Melkvee en Akkerwijzer.
Beeld: Ellen Meinen Agrio Archief
Bron: ABZ Diervoeding
