Vlaamse varkenshouders registeren onvoldoende data

Begin 2018 startten Vives en Inagro het Leader-project "Tope WROETen in de Westhoek". Gedurende drie jaar konden deze organisaties tal van familiale varkensbedrijven individueel begeleiden om de technische resultaten te verbeteren en werden er praktijkproeven uitgevoerd. Daarnaast werden er studieclubs opgericht waarin varkenshouders hun kennis en ervaringen met elkaar kunnen delen. Ook het sociaal contact werd niet uit het oog verloren. We spraken hierover met Ella Engels van het expertisecentrum agro en biotechnologie van de Hogeschool Vives en Nathalie Nollet van de afdeling dierlijke productie en varkenshouderij van Inagro.
Heel wat werkpunten
Conclusie na drie jaar is dat er nog heel wat werkpunten zijn. „We raden de varkenshouders aan om meer data te registreren”, zegt Ella Engels van de Vives Hogeschool. „We zien dat varkenshouders vaak geen idee hebben over groei, voederconversie en zelfs resultaten uit de kraamstal.” Nathalie Nollet bevestigt dat registeren cruciaal is . „Je kan maar verbeteren als je weet waar je tekortkomingen zijn. Je kan maar je groei verbeteren, als je die eerst registreert. Maar het wordt te weinig gedaan.” De brochure geeft ook nog wat tips op vlaklvan voederprijzen. „Ook hier speelt registratie een grote rol”, zegt Engels. “Vergelijk ook prijzen. Het ene voeder is goedkoper dan het andere, al moet je zien dat het kwalitatief wel goed is. Soms is een voeding goedkoper, maar haal je het er dan achteraf wel uit? Omgekeerd betaal je soms meer voor een rijker voeder, maar heb je een hogere uitval. Door te registreren kan je achterhalen wat het meest interessant is voor jouw varkens op jouw bedrijf.”
Studieclubs
Een tweede belangrijk onderdeel van het project was het samenbrengen van varkenshouders in studieclubs. „Zeker in West-Vlaanderen zijn de mensen eerder gesloten”, zegt Nathalie Nollet. „Het delen van resultaten en tegenslagen biedt net de kans om samen te discussiëren en van elkaar te leren. Tijdens deze studieclubs worden veelvuldig ervaringen en tips uitgewisseld. Dat is belangrijk en bovendien heel leerrijk, het zit soms in kleine dingen. Dankzij het project komen de varkenshouders om de 3 à 4 maand samen en wordt er een thema voorgesteld, zoals kraamstalmanagement en opfok van jonge zeugen. We gaan hiermee zeker verder, ook na de afloop van het project .”
Jonge varkenshouders
Er is ook een groepje van jonge varkenshouders actief. „Dat zijn meestal zonen of dochters van varkenshouders die op het punt staan om het bedrijf over te nemen”, zegt Engels. „Voor hen zijn die studieclubs interessant omdat ze met veel meer twijfels en onzekerheden zitten naar de toekomst toe. Ze worstelen met vragen zoals: moet ik een nieuwe stal bouwen of voortdoen in de oude stal? Moet ik uitbreiden of niet? Het is voor hen interessant om die technische kennis te delen. We merken dat de jonge varkenshouders heel open zijn en het meest aan elkaar te vertellen hebben. Zeker als ze in het begin van hun carrière in het groepje zitten, is er minder schroom om informatie te delen. En ze halen daar natuurlijk profijt uit.” In november zal Inagro naar jaarlijkse gewoonte nog een trefdag voor varkenshouders organiseren, waarop verschillende interessante onderwerpen aan bod komen.
Mentaal welzijn
Het project zette ook in op het mentaal en psychologisch welzijn van de varkenshouders. „En ook hoe dat je het kan herkennen”, zegt Engels. „Wanneer moet er een alarm signaal afgaan? Wanneer ben je overbelast?” Nathalie Nollet beaamt: „Met onze brochure hebben we het mentaal welzijn meer bespreekbaar gemaakt. Het moet niet enkel economisch goed gaan. Het moet niet enkel in je stal goed gaan. Je moet je er ook goed bij voelen. Dat mag je als landbouwer niet vergeten. Iemand die in een bedrijf een burn-out krijgt, kan 6 maanden op ziekteverlof, maar als landbouwer kan je dat natuurlijk niet.”
Brochure en adviezen
De conclusies zijn samengevat in een brochure. De eindbrochure omvat een korte beschrijving van enkele individuele adviezen, de resultaten van enkele praktijkproeven (denk bijvoorbeeld aan verwerken van eigen geteelde soja in biggenvoeder en driefasevoeder in de biggenafdeling), technische protocollen, aandacht voor het sociale aspect, tips en tricks uit de studieclubs en Facebook-berichten. De brochure geeft meer informatie om de resultaten op je bedrijf verbeteren met praktische tips rond een optimale bescherming van pasgeboren biggen, juiste vaccinatiepraktijken, aandachtspunten voor drinkwatermedicatie. Je krijgt eveneens tips mee voor een hete zomer.
Tekst: Matthias Vanheerentals
Beeld: Agrio
